Voorwoord

Het ongeëxamineerde leven is het niet waard geleefd te worden.

Zo laat Plato Socrates spreken in zijn Apologie

Het is nogal een uitspraak om een schoolgids mee te beginnen. Maar voor een gymnasium vind ik hem eigenlijk heel toepasselijk. Want onderwijs begint niet alleen met antwoorden. Het begint minstens zo vaak met vragen. Wat weet ik? Hoe weet ik dat? Wat vind ik? Waarom vind ik dat? Wat kan ik doen? En welke verantwoordelijkheid draag ik voor de keuzes die ik maak? 

Die vragen zijn ruim tweeduizend jaar oud en tegelijkertijd opvallend actueel. 

Onze leerlingen groeien op in een wereld waarin kennis overal beschikbaar lijkt te zijn. Kunstmatige intelligentie kan in enkele seconden teksten schrijven, beelden maken en antwoorden formuleren. In het publieke debat staan overtuigingen soms lijnrecht tegenover elkaar. Vrijheid wordt vanzelfsprekend gevonden, terwijl de verantwoordelijkheid die bij die vrijheid hoort ingewikkelder lijkt te worden. 

Juist in zo’n wereld heeft een gymnasium iets bijzonders te bieden. 

Aristoteles noemt de mens in zijn Politica een ‘politiek wezen’: een mens wordt mens in relatie tot anderen en als onderdeel van een gemeenschap. Onderwijs gaat daarom niet alleen over individuele prestaties. Op school oefenen we ook hoe we met anderen samenleven, hoe we luisteren en argumenteren, hoe we omgaan met verschil en hoe we verantwoordelijkheid dragen voor een gemeenschap waarvan we zelf deel uitmaken. 

In ons nieuwe schoolplan 2026-2030 hebben we die opdracht opnieuw onder woorden gebracht. Op het Johan de Witt-gymnasium willen we leerlingen uitdagen zich te verhouden tot kennis, vrijheid, verantwoordelijkheid en samenleving. Natuurlijk willen we dat onze leerlingen veel leren en uitstekende resultaten behalen. Maar kennis krijgt betekenis wanneer je ermee leert denken, onderzoeken, twijfelen, oordelen en handelen. 

Daarmee komen we dicht bij Epictetus. Hij begint zijn Encheiridion met een bedrieglijk eenvoudige constatering: ‘Sommige dingen liggen in onze macht, andere niet.’ 

Misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen die we onze leerlingen kunnen leren. Je hebt niet alles wat er om je heen gebeurt in de hand. Je hebt wél invloed op de manier waarop je ermee omgaat, op de inspanning die je levert, op de keuzes die je maakt en op de manier waarop je andere mensen tegemoet treedt. 

School is bij uitstek de plaats om dat te oefenen. 

In de lessen, tijdens excursies, in debat en culturele activiteiten, in het mentoraat en in de leerlingparticipatie krijgen leerlingen de gelegenheid zich te ontwikkelen. Zij mogen vragen stellen en fouten maken, worden uitgedaagd grenzen te verleggen en leren gaandeweg steeds meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling en voor de mensen om hen heen. 

Dat vraagt ook iets van ons als school. We willen een warme, sterke en professionele gemeenschap zijn. Warm in menselijke relaties, sterk in kennis, didactiek en begeleiding en professioneel in de manier waarop we samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. We hebben hoge positieve verwachtingen van onze leerlingen én van onszelf. We spreken elkaar aan, luisteren naar elkaar, vragen hulp en proberen vanuit een positief waarderende houding samen steeds beter te worden. 

En dan is er nog Seneca. In zijn brieven aan Lucilius schrijft hij: ‘Terwijl wij uitstellen, snelt het leven voorbij.’ (Dum differtur, vita transcurrit.

Ook dat lijkt mij een mooie gedachte voor het begin van een schooljaar. Schooltijd is geen voorbereidingstijd waarin het echte leven nog moet beginnen. Deze zes gymnasiumjaren zijn een belangrijk deel van het leven. Hier ontstaan kennis en nieuwsgierigheid, maar ook vriendschappen, herinneringen, mislukkingen, ontdekkingen en momenten waarop een leerling ineens iets kan wat daarvoor nog onmogelijk leek. 

Daarom willen we op het JdW niet alleen vragen wat een leerling aan het einde van zes jaar weet en kan, maar ook wie hij of zij in die jaren aan het worden is. 

Dat is voor mij de bijzondere opdracht van ons gymnasium. Een school waarin oude en nieuwe teksten ons helpen vragen te stellen. Waar kennis ertoe doet. Waar vrijheid niet zonder verantwoordelijkheid bestaat. En waar leerlingen worden uitgedaagd om met kennis van zaken, moreel besef en vertrouwen hun plaats in de samenleving in te nemen. 

Daar zet ik mij ook dit schooljaar graag voor in, samen met onze leerlingen, medewerkers, ouders en verzorgers. 

Mijn deur staat daarbij vaak open. Ook voor u. 

Ik wens iedereen een inspirerend en mooi schooljaar 2026-2027 toe. 

Marco Oehlenschläger 
rector-bestuurder 

Sommige dingen liggen in onze macht, andere niet

Start typing and press Enter to search